Het gras zag toch zo grauw nog van een strenge winter,
de bomen stonden nog zo houterig zonder bladeren
dat hij maar een potje vol drievuldigheid
van hyacintjes kocht.
Hij zette ze dicht naast zich in een eenvoudig potje
op de tafel. Als welkom gaf hij hen
wat zuiver water om te drinken.
Ze waren als gezelschap dat, nieuwsgierig naar zijn werk,
rustig vanzelfsprekend naar hem keek.
Het leek of hij met meer was,
een hand soms even op zijn schouder.
Wat zou dat zijn als ze ook kleur kregen
en gingen geuren.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten