Naar de schapenwei.
Met nichtje bij het avondschemer naar hun schapenwei. Het grasland over, het paadje op dat ligt volgestrooid met fijngehakseld hout van de elk jaar weer weelderig opschietende knotwilgen. Kracht van de natuur! Het loopt zachtjes, als avondval, en hondje Tobias drentelt mee. Van wandellust hijgt hij aan zijn nauwspannende ketting; hij ademt het landschap mee vol mist.
Wandelend gaan de wangen blozen en de woorden komen makkelijker, mee met de vlotte tred.
Nichtje in hevig groen gekleed, als van lente. Ze praat over de pretjes die haar wachten: vakanties met vrienden, weekendjes weg die haar welkom zijn. Alles wordt weer open en verwachtingsvol, al was de dag voor het overige voor deze oude nonkel maar belabberd. Dan losweg mogen wandelen, een hoekje om, tot aan de schapenwei waar warme, witte wollen warreldozen wachten op het oude brood en andere keukenrestjes die wij hen brengen. Met zevenen wroeten ze in de voederbak op zoek naar hun deel en dat van de paaslammetjes in hun zwellende buiken. O kracht, kracht van jong leven!
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten